Startersaftrek, het bedrag en de voorwaarden

De startersaftrek haalt in 2026 € 2.123 van je winst af, bovenop de zelfstandigenaftrek van € 1.200. Samen gaat er dan € 3.323 van je winst af voordat de Belastingdienst de belasting berekent (bron: Belastingdienst, startersaftrek en zelfstandigenaftrek 2026).

Je krijgt de aftrek maximaal drie keer in de eerste vijf jaar dat je ondernemer bent. Dat lukt alleen in een jaar waarin je minimaal 1.225 uur aan je bedrijf besteedt.

Let op: het kabinet wil het bedrag in 2027 verlagen naar € 10 en de regeling in 2028 afschaffen. Dat plan moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer.

Wat de startersaftrek je in 2026 oplevert

De aftrek is een vast bedrag. Na de ondernemersaftrek gaat er in 2026 nog de mkb-winstvrijstelling van 12,7% af (bron: Belastingdienst, mkb-winstvrijstelling 2026). Het rekenvoorbeeld hieronder zet een jaar met en zonder de aftrek naast elkaar, bij een winst van € 30.000.

Rekenvoorbeeld 2026

Zonder startersaftrek

Met startersaftrek

Winst uit onderneming

€ 30.000

€ 30.000

Zelfstandigenaftrek

€ 1.200

€ 1.200

Startersaftrek

€ 0

€ 2.123

Winst na ondernemersaftrek

€ 28.800

€ 26.677

Mkb-winstvrijstelling (12,7%)

€ 3.658

€ 3.388

Belastbare winst

€ 25.142

€ 23.289

In dit voorbeeld daalt je belastbare winst met € 1.853. Dat is minder dan € 2.123, omdat de mkb-winstvrijstelling daarna over een lager bedrag gaat. In de eerste belastingschijf is het tarief in 2026 35,75% (bron: KVK, belastingplannen 2027), dus dat scheelt hier ruim € 660.

Het is een rekenvoorbeeld en geen berekening van jouw aanslag: heffingskortingen en ander inkomen tellen hier niet mee.

Voorwaarden voor de startersaftrek

De startersaftrek is een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Je moet dus eerst recht hebben op de zelfstandigenaftrek: je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting en je voldoet aan het urencriterium. Hoeveel geld je in je bedrijf steekt, staat niet in de voorwaarden. Ook met een bedrijf dat je met weinig startkapitaal begint kom je in aanmerking, zolang je aan deze vier punten van de Belastingdienst voldoet:

  • Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek.
  • Je was in de afgelopen vijf jaar niet elk jaar ondernemer voor de inkomstenbelasting.
  • Je hebt de zelfstandigenaftrek in de afgelopen vijf jaar maximaal twee keer gebruikt.
  • Er was dit jaar en in de vijf jaar ervoor geen geruisloze terugkeer uit een bv.

De laatste voorwaarde speelt alleen als je eerder een bv had. Je claimt de aftrek in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin je aan de voorwaarden voldoet.

Het urencriterium van 1.225 uur

Het urencriterium vraagt dat je in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan je bedrijf besteedt (bron: Belastingdienst, urencriterium). Start je halverwege het jaar, dan blijft die grens staan, want omrekenen naar de maanden dat je ondernemer bent mag niet. De tabel laat zien hoeveel uur per week dat is bij vier startdatums.

Je start op

Weken tot 31 december

Uren per week voor 1.225 uur

1 januari

52

ongeveer 24

1 april

39

ongeveer 31

1 juli

26

ongeveer 47

1 oktober

13

ongeveer 94

Normaal moet een ondernemer ook meer tijd aan zijn bedrijf besteden dan aan ander werk, zoals een baan in loondienst. Die tweede eis vervalt als je in één van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was. Als starter met een bedrijf naast je vaste baan hoef je dus alleen de 1.225 uur te halen, hoeveel uren je contract ook telt.

Alle uren die je aan je bedrijf besteedt tellen mee, niet alleen de uren die je factureert. De Belastingdienst noemt als voorbeelden:

  • offertes maken
  • je administratie bijhouden
  • je zakelijke website maken

Uren waarin je alleen bereikbaar bent en niet werkt, tellen niet mee. Onderbreek je je werk door een zwangerschap, dan tellen de niet gewerkte uren over in totaal 16 weken mee als gewerkte uren. Start je met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan bestaat er een aparte startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid met een verlaagd urencriterium van 800 uur.

Maximaal drie keer in de eerste vijf jaar

Kiezen in welk jaar je de aftrek gebruikt mag niet: heb je er recht op, dan komt het bedrag bij je zelfstandigenaftrek. Je mag in je aangifte dus niet wel de zelfstandigenaftrek claimen en de startersaftrek overslaan (bron: Belastingdienst, startersaftrek).

De drie keren hoeven niet op elkaar te volgen. Haal je in een jaar het urencriterium niet, dan heb je dat jaar geen recht op de zelfstandigenaftrek en daarmee ook niet op de verhoging voor starters. Een voorbeeld: je haalt de uren in je eerste, derde en vierde jaar en niet in je tweede. Dan krijg je de aftrek in die drie jaren. In het vijfde jaar heb je de zelfstandigenaftrek al drie keer gebruikt en vervalt de verhoging.

Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd, dan krijg je 50% van beide bedragen.

Als de aftrek hoger is dan je winst

Is je winst in een jaar lager dan € 3.323, dan zijn de twee aftrekposten samen hoger dan je winst. Dat speelt vooral in een eerste jaar waarin de opdrachten nog moeten komen, bijvoorbeeld als je je eigen bedrijf zonder geld begint. Je hebt dan voor de belasting een verlies. Dat verlies verreken je met ander inkomen uit werk en woning, zoals je loon. Heb je geen ander inkomen, dan verreken je het in andere jaren (bron: Belastingdienst, startersaftrek).

Voor wie geen starter is, is de zelfstandigenaftrek nooit hoger dan de winst. Die beperking geldt niet in een jaar waarin je de startersaftrek krijgt: je hebt dan recht op het volledige bedrag van de zelfstandigenaftrek (bron: Belastingdienst, zelfstandigenaftrek 2026).

Vanaf 2027 wil het kabinet de aftrek voor starters afbouwen

Op Prinsjesdag 2026 heeft het kabinet voorgesteld om de startersaftrek per 1 januari 2027 te verlagen van € 2.123 naar € 10. Vanaf 1 januari 2028 verdwijnt hij in dat voorstel helemaal. In dezelfde plannen voor 2027 gaat de zelfstandigenaftrek van € 1.200 naar € 900 (bron: KVK, belastingplannen 2027).

Twee regelingen die aan de startersaftrek hangen, staan in hetzelfde voorstel. Gebruik je de startersaftrek, dan mag je in 2027 nog sneller afschrijven op bedrijfsmiddelen; die willekeurige afschrijving voor starters stopt vanaf 2028. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid blijft tot 1 januari 2029 bestaan.

Het plan geldt pas als de Tweede en de Eerste Kamer ermee hebben ingestemd en de wet is gepubliceerd. Voor 2026 blijft het bedrag van € 2.123 staan. Gaat het plan door, dan is 2026 het laatste jaar met het volledige bedrag.

Houd je uren bij vanaf de eerste werkdag

De Belastingdienst vraagt dat je de tijd die je aan je bedrijf besteedt aannemelijk maakt, bijvoorbeeld met je agenda, offertes, urenbriefjes en facturen. Noteer daarom elke week wat je deed en hoe lang, ook de uren zonder factuur. Wie pas bij de aangifte gaat terugrekenen, moet 1.225 uur uit zijn geheugen onderbouwen.